30-10-11

Ik woon in Sint-Job-in-'t-Goor en zoek een club

20110814_03.jpgHoe ambitieus kan een spits die alles al meemaakte, 37 jaar is en zonder club zit, nog zijn? Met die vraag klopten we bij Tomasz Radzinski aan. Het antwoord kwam er nog voor we ze helemaal hadden gesteld. “Ik wil weer sjotten.” Duidelijker kan de Canadese Pool niet zijn.
Zondag trekt Lierse naar Anderlecht. Normaal zou dat een wedstrijd zijn die Tomasz Radzinski met rood had aangekruist. Want Anderlecht is de club waar de kleine spits, samen met reus Jan Koller, van 1998 tot 2001 furore maakte. En K Lierse SK is, neen was, zijn recentste club. De Pallieters hadden Radzinski voor de huidige campagne niet meer nodig. Sinds juni is de in december 38 wordende Radzinski een speler zonder club. Een werkloze voetballer. Fin de carrière, denk je dan. Maar Radzinski blijft de gedrevenheid zelve. “Ik wil nog twee jaar voetballen”, gooit hij eruit. “Dat kan best wel eens bij Antwerp zijn. We onderhandelen weer.”
Wat doet een man die al vijf maanden zonder club zit?
Radzinski: Ik ben voltijds papa. Zes weken geleden ben ik voor de tweede keer vader geworden. Mijn dochtertje Alyssa van bijna drie heeft er een zusje, Angelina, bij gekregen. Ik zal beter mijn best moeten doen om samen met mijn vrouw ook nog een zoontje te kunnen krijgen (lacht).
En voetballen?
Voorlopig niet, hé. Maar als ik de wedstrijden op televisie zie, begint het serieus te kriebelen. Ik wil weer sjotten. Ik heb mezelf nog tot januari de tijd gegeven om een ploeg te vinden. Als er dan niets uit de bus is gekomen, zit mijn voetbalcarrière erop.
Heb je nog uitzicht op een contract bij een ploeg?
De voorbije weken heb ik weer enkele gesprekken met Antwerp gevoerd. De kans dat ik op de Bosuil aan de slag ga, is gegroeid. Ik ken Jos Verhaegen en Gunther Hofmans goed. Ik hoor alleen maar positieve commentaren over de manier waarop zij Antwerp terug naar eerste klasse willen brengen. Misschien kan ik hen wel helpen.
Ben jij conditioneel nog in orde?
Ik train haast dagelijks, doe intervaltrainingen in het bos. En ik golf ook veel (lacht). Neen, ernstig, ik mis natuurlijk wedstrijdritme, maar na een viertal weken trainen met een spelersgroep ben ik zeker weer klaar om te spelen.
Is Antwerp de enige optie?
Op dit moment wel. Vooral omdat het mijn eigen keuze is. Ik woon in Sint-Job-in-’t-Goor en zoek een club die niet ver uit de buurt ligt. Het buitenland, de andere kant van België: dat zie ik niet zitten. Bovendien weet ik wat Verhaegen en Hofmans willen. Winnaarsmentaliteit, professionalisme,... Daar sta ik ook voor. Antwerp en Radzinski: het kan een mooi verhaal worden.
Iedereen ging er lang van uit dat jij nog een jaartje bij Lierse zou voetballen... (Onderbreekt) Ik ook! Maged Samy had altijd gezegd dat ik zelf mocht beslissen of ik nog zou doorgaan als voetballer of niet. In april heb ik aangegeven dat ik me nog fit genoeg voelde en nog voldoende goesting had om er een seizoen bij te doen. Maged gaf mij zijn woord dat ik een contract voor 2011-2012 kon tekenen. Toen ik terugkwam uit vakantie en me in het stadion aanbood voor een gesprek, hing er nog een groot bord met mijn foto op. Radzinski, 101 doelpunten, stond erbij. Mooi vond ik dat. Dat straalde respect uit. Het goede gevoel dat ik had, verdween toen Maged Samy me in dat gesprek vroeg te stoppen met voetballen. Trainer Chris Janssens zag geen toekomst voor mij in zijn ploeg, zo werd me gemeld.
Ben je nu kwaad op Lierse?
Boos niet, teleurgesteld wel. Ik dacht dat ik een goede relatie met Samy had opgebouwd. Hij had me zelfs voorgesteld om ook later bij Lierse te blijven in een andere functie. Ik dacht goed te zitten. Niet dus. Ik mocht niet blijven als speler, wel in een andere functie. Alleen werd me nooit concreet gezegd welke functie ik zou kunnen vervullen. Tja, dan stopt het, hé. Trouwens, ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik nog wilde voetballen. Van het veld naar het bureau dat kan, maar van het bureau terug naar het veld, is onmogelijk. Een andere job dan voetballer kwam gewoon nog net iets te vroeg.
Zegt de man die in december 38 wordt.
Leeftijd zegt lang niet alles. Vorig seizoen was ik nog altijd de snelste spits in België. Ik heb altijd gezegd dat als ik te veel van mijn snelheid moest inboeten, ik zou stoppen. Da’s nog niet het geval, dus...
Rust roest, wordt gezegd. Is die vijf maanden inactiviteit niet geweldig nadelig?
Rust kan ook helend werken en een mens goed doen. Vroeger heb ik heel veel getraind. In Engeland heb ik gezien dat het ook anders kan. Te veel trainen kan nadelig zijn. Het gaat vooral om de intensiteit van de trainingen. Ik weet nu perfect wat ik moet doen om de balans tussen rust en werken in evenwicht te krijgen. Ervaring, hé (lacht).
Stel dat in januari toch blijkt dat je carrière er op zit. Is het dan niet sneu om op zo’n manier uit het voetbal te verdwijnen?
Dan wel ja. Nogmaals, ik zou teleurgesteld zijn. Mij zul je echter nooit een kwaad woord over Lierse horen zeggen. Het leven is te kort en te mooi om daarover ruzie te maken. (Denkt na) Er wordt vaak gezegd dat spelers in het huidige voetbal geen clubliefde meer hebben. Soms is dat niet de fout van de speler, zo blijkt in mijn geval.
Volg je Lierse nog?
Via televisie vooral. Ik heb ze twee keer aan het werk gezien, tijdens de voorbereiding tegen Levante en in de competitiewedstrijd tegen RC Genk. Wat opviel, is dat er weer zoveel is veranderd. Van de ploeg die Lierse naar eerste klasse bracht, is er haast niemand meer over. Jurgen Cavens, ja. Maar die zit niet eens meer bij de achttien. Ik vind dat Jurgen niet correct wordt behandeld. Hij is een icoon van de club en verdient meer respect. Ach, zo gaat het blijkbaar in het voetbal.
Wat denk jij als je nu hoort, leest en ziet dat Lierse een gebrek aan scorend vermogen heeft?
Niet veel. Ik zag Huysegems in de samenvatting op tv tegen Genk bezig. Hij bewees meteen dat hij het voetballen en scoren nog niet is verleerd. Weet je, ik heb Lierse losgelaten. Ik ben nu op zoek naar nog één uitdaging. Ik wil ambitie aan plezier koppelen, en nog een jaartje of twee op behoorlijk niveau voetballen. Ik weet dat ik enkele jaren geleden gezegd heb dat ik nooit nog in tweede klasse zou spelen, maar soms veranderen dingen waardoor je zelf ook van mening verandert. Antwerp bouwt aan iets nieuws, net zoals Lierse dat deed toen ik met hen in tweede klasse ging spelen. Dat is een uitdaging, daar hou ik van. Misschien kan ik dus weer voetballen bij de Great Old. Dat past wel bij mij, hé,'Great Old (bulderlacht).
Ben jij verrast dat Lierse ook Wesley Sonck niet meer laat spelen?
Ik vind het vooral raar dat iemand die eerst als kapitein is aangesteld nu op de lijst van overbodige spelers wordt gezet. Als ik nu naar Lierse kijk, dan denk ik dat er op papier een betere ploeg staat. Vorig seizoen was er een verdedigend probleem. Nu staat de verdediging er wel. Dat is ook heel belangrijk voor de spitsen. Er is minder stress.
Sonck wordt als ‘geen gemakkelijke jongen’ afgeschilderd. Ook jij kreeg dat etiket opgeplakt.
Een spits is extravagant, speciaal. Kijk bijvoorbeeld naar Balotelli (lacht). Ik wil als aanvaller ook geen meeloper zijn, want meelopers verdwijnen ongezien in de massa. Ik weet van mezelf dat ik best een moeilijke jongen kan zijn. Moeilijk mag, fair moet. Op het veld wil ik winnen. Dan verlang ik van iedereen die aan mijn kant staat honderd procent inzet. 95 procent is echt niet genoeg. Ik kan het hebben dat spelers tot vier uur ‘s nachts in een café hangen als ze ook tijdens de match presteren. Presteren ze niet, dan val ik ze op dat gegeven aan. Is dat niet logisch?
Mis je het voetbal?
Natuurlijk. Ik wil nog op het veld staan, nog goals maken. Ik besef nu dat het geweldig is om iets moois te maken van het voetbal en anderen er plezier aan te laten beleven. Als ik naar de Champions Leaguewedstrijden op tv kijk, dan bekruipt mij een gevoel van... nostalgie. Niet dat ik die wedstrijden op topniveau echt mis. Maar als ik Genk bezig zag tegen Chelsea, in dat stadion waarin ik zelf behoorlijk wat matchen heb gespeeld, heb ik wel even teruggedacht aan mijn tijd in Engeland toen ik voor Everton en Fulham speelde.
Ben jij de voorbije maanden al bezig geweest met je carrière na het voetbal?
Neen, ik heb daar geen tijd voor gehad. Dat klinkt raar, maar het is zo. Ik help mijn vrouw, ons leven is door de komst van het tweede kindje veranderd. Ik moet ook niet direct iets zoeken om bezig te zijn.
Ligt jouw toekomst in België?
De volgende jaren zeker. De familie van mijn vrouw woont hier, daarom blijven we ook hier. Ach, het leven is als het voetbal, je weet nooit wat er zal gebeuren. Sinds mijn eerste halt in België, toen ik vanuit Canada bij Germinal Ekeren terecht kwam, ben ik, met tussenstops in Engeland en Griekenland, alles bij elkaar al twaalf jaar in België. Ik vind België overigens een heel mooi land. Alleen het slechte weer steekt me soms al eens tegen. Ik voel me hier thuis, ik spreek Vlaams, een van de kleinste talen in de wereld, en doe dat zelfs met een Antwerpse tongval (lacht). Met mijn kinderen spreek ik ook Frans en dat gaat beter met de dag. Waarom zou ik hier dan nog weg willen?
Zondag staan met Anderlecht en Lierse twee van je ex-clubs tegenover elkaar.
Voor mij de aanzet om er een uitstap van te maken. Met wat vrienden ga ik naar de wedstrijd kijken. Nadien gaan we iets eten, wat drinken, ons amuseren. Het zal best plezant worden. Ik weet hoe het voelt om als speler van Anderlecht in eigen stadion te spelen en om in het andere kamp te staan. Spelen op Anderlecht, dat heeft iets, hé. Trouwens, ik weet dat spelen op de Bosuil ook altijd heel apart is (lacht).

22:24 Gepost door De redactie in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.